Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Cultuurconnectie ontvangen? Schrijf je in!

Deel via social media

"Van een vereniging van ondernemers naar een ondernemende vereniging"

Interview met Noud van de Rhee, voorzitter Hart Muziekschool

Het werkveld van kunst- en cultuureducatie is steeds in beweging en wordt ook voortdurend op nieuwe en andere manieren georganiseerd. Naast de institutionele kunstencentra en de zzp-praktijken van kunsteducatieprofessionals, is de opgang van netwerkorganisaties en docentencollectieven een ontwikkeling die aandacht verdient. Eerder dit jaar kreeg het docentencollectief Vereniging Hart Muziekschool uit Haarlem een aspirant-lidmaatschap bij Cultuurconnectie. Noud van de Rhee, partner bij Vlug Adviseurs, is als vrijwilliger de voorzitter van dit collectief. Cultuurconnectie sprak met hem over de achtergronden en wat volgens hem de ontwikkelingsperspectieven van docentencollectieven zijn.

Hoe ben je bij Hart Muziekschool betrokken geraakt?
“Het zal zeker ook mijn Haarlemse ‘hart’ zijn, want mijn band met Haarlem gaat ver terug. Ik heb hier commerciële economie en marketing gestudeerd en woon ook al lange tijd in Haarlem. Mijn kinderen gaan ook naar HART voor muziekles en deden dat vroeger ook al bij alle voorgangers en eerdere kunsteducatie-instellingen in Haarlem. Toen door de reorganisatie van HART de docenten moesten afvloeien, hebben de meesten daarvan zich in 2015 tot een vereniging georganiseerd (i.e. Hart Muziekschool) en hebben mij toentertijd aangezocht om voorzitter te worden.”.

Hoe hebben ze jou gevonden? Wat was jouw achtergrond?
“Opvallend genoeg is dat vooral via mijn privé-contacten met de docenten tot stand gekomen. Ik was toen helemaal niet in beeld om vanuit mijn professionele expertise een opdracht te doen, terwijl ik op dat moment wel al veel ervaring had opgebouwd als adviseur rondom thema’s als arbeidsvoorwaarden en -verhoudingen, sociale contracten en HR-beleid, processen van organisatieverandering, beleidsontwikkeling en conflictoplossing. Het is een combinatie geweest van mijn persoonlijke netwerk en mijn professionele achtergrond. De overige bestuursleden waren oud-OR-leden die ik zo af en toe als betrokken ouder met raad en daad bijstond. Het raakvlak met de kunst en cultuur is dat ik heel lang gewerkt heb binnen het netwerk van FNV KIEM (red.: nu ‘Kunstenbond’) en zo ben ik op een gegeven moment ook als adviseur betrokken geweest bij enkele grote fusies van theaters en -gezelschappen om daarbij alle aspecten van personeel en organisatie te begeleiden.”

Je hebt ook gewerkt voor de Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM) en FNV Bouw. Dat lijken hele andere werelden dan die van de kunst en cultuur, maar klopt dat wel? Wat zijn de verschillen?
“Die zijn er wel, maar tegelijkertijd ook weer niet, want uiteindelijk heeft iedereen soms te maken met een veranderende realiteit waarin moeilijke keuzes onvermijdelijk kunnen zijn. Daarin zijn dan de verschillen tussen die branches of de persoonlijke zorgen die werknemers ervaren kleiner dan je denkt. In mijn tijd bij FNV Bouw bijvoorbeeld heb ik als vakbondsbestuurder vaak in bouwketen gezeten samen met bouwvakkers die grote zorgen hadden over hun toekomst wanneer hun bedrijf in zwaar weer zat en dan is het heel begrijpelijk als mensen vanuit hun persoonlijk belang en vooral vanuit trots op het eigen vakmanschap tegen de situatie aankijken. Ik moet zeggen dat ik in mijn werk binnen de sector kunst en cultuur altijd getroffen ben geweest door hoe mensen uit deze branche zo’n enorme betrokkenheid tonen en juist oprechte zorg hebben hoe het met de organisatie gaat; elke beslissing of onderhandeling wordt ook bekeken vanuit de gedachte wat dit ook voor de organisatie betekent en voor de maatschappelijk rol die deze vervult. Men is bijna nooit ‘tegen’ omwille van het ‘tegen zijn’. Ik vind dat fantastisch. En natuurlijk kom ik als adviseur ook bij de spreekwoordelijke koekjesfabriek over de vloer, maar kunst en cultuur vind ik stiekem dan toch leuker en mooier.”

Kun je wat vertellen over de start van het collectief, Hart Muziekschool?
“Ik kwam erbij op een moment dat na de reorganisatie in Haarlem het stof net een beetje was neergedaald en het ondernemerschap voorop de agenda stond. Ondernemerschap is er steeds meer in de culturele sector, maar de druk op directies van culturele organisaties om ‘lean & mean’ te werken, zaken te efficiënt te organiseren, neemt eerder nog verder toe dan af. Daarbij is soms spanning tussen het ondernemerschap vanuit het perspectief van de werkgever en dat van de werknemer. Het bestuur van onze vereniging houdt zich daarom traditioneel vooral bezig met de verhoudingen tussen onze vereniging (Hart Muziekschool) en de stichting HART Haarlem, die het gebouw beheert en de kunsteducatie faciliteert, ook middels de projecten die het in het onderwijs verzorgt. Het bestuur is opgebouwd uit docenten uit het collectief én twee externen, waaronder ikzelf als voorzitter en de penningmeester, die ook van buiten het collectief komt.”

Welke ontwikkelingen hebben jullie inmiddels al doorgemaakt?
“Kijk, HART (red.: facilitaire organisatie) heeft een relatief ‘warme’ doorstart gemaakt, waarbij het sociaal plan van de docenten nauw verweven was met de ontwikkeling van toekomstige samenwerkingsmogelijkheden. De verbinding vanuit HART met de professional die zelf keihard werkt in de (les)praktijk, was daarbij essentieel: welke setting creëer je dan met elkaar om dat ondernemerschap mogelijk te maken? Zo kwam er een convenant waarin de voorwaarden en mogelijkheden voor huur van lesruimten was geregeld, zodat die voor iedereen transparant en gelijk waren. Ook werden er bijvoorbeeld middelen ingezet om korting te kunnen verstrekken aan mensen die zich voor het eerst inschreven voor lessen. Voor docenten die op dat vlak al een en ander gewend waren, kwam dit soms helemaal niet zo slecht uit, maar anderen hadden daar begrijpelijkerwijs moeite mee. Daarin spelen allerlei factoren een grote rol, zoals leeftijd en misschien zelfs persoonlijkheid, maar vooral ook hoe men gewend was dingen jarenlang te doen. Zo kregen de ondernemende docenten meer ruimte om datgene wat ze al deden in alle vrijheid uit te bouwen, terwijl anderen een enorme draai moesten maken. Het is niet te onderschatten wat dit voor die mensen betekend heeft.”

Hoe is dat nu? Waar staan jullie nu?
“Waar wij eerst een vereniging van ondernemers waren, begint zich nu de ontwikkeling af te tekenen dat de vereniging als organisatievorm zélf ook ondernemerschapstrekken krijgt. Zo pakt de vereniging de verantwoordelijkheid op (en neemt het risico) door lumpsum ruimte in te huren en die vanuit eigen ondernemerschap ingevuld te krijgen. De leden van de vereniging zijn weliswaar lid geworden omdat daar allerlei voordelen voor hen aan zitten, maar men is zich ook in toenemende mate bewust van de verantwoordelijkheid dat leden ook individueel bijdragen aan het succes van het collectief. Het collectief is ook verder gegroeid en we tellen inmiddels 45 leden. Omdát de vereniging zich nu meer als ondernemende entiteit laat gelden, heb ik mij vanuit het bestuur ingespannen om de verhoudingen ten opzichte van de verhuurder (de oud-werkgever) te normaliseren, door het convenant om te bouwen. Natuurlijk ontwikkelen docenten zelf hun eigen plannen, maar als collectief maken we nu ook een artistieke jaarplanning, waarin nieuwe activiteiten naar voren komen zoals een nieuwjaarsconcert en een popronde. Een enorm verschil met hoe het collectief ooit begon.”

Hoe beheersen jullie dat wat succesvol is? Zijn er ook risico’s?
“De collectieve verantwoordelijkheid moet te allen tijde gevoeld blijven worden, ook – en misschien wel vooral – wanneer zaken voor de wind gaan. Bijvoorbeeld, een docent die een volle lespraktijk of zelfs een wachtlijst heeft, moet niet wegblijven op een open dag omdat hij toch al vol zit; anders komt een potentiële leerling voor niets langs. De vereniging manifesteert zich steeds meer als een echte muziekschool met een waaier aan aanbod. Dat moet in zijn volledigheid getoond worden, niet alleen datgene wat aandacht behoeft. Sterker nog, ook dat wat buiten Hart Muziekschool door docenten wordt ontwikkeld en succesvol is, daarvan zeggen wij ook ‘zet daar nou ook de vlag van Hart op. Laat de vereniging ook mee delen in de successen binnen het collectief’, dat is heel belangrijk.”

Welke leermomenten heeft het collectief in haar ontwikkeling meegemaakt? Welke tips kan je hieruit halen?
“Het is mij duidelijk dat er voor dergelijke veranderingen ook gewoon tijd en ruimte nodig is. Mensen hebben domweg tijd nodig om alle noodzakelijke aanpassingen en stappen te kunnen nemen en meemaken. Zeker voor diegenen voor wie het een moeilijk, pijnlijk proces is, laat zich dat niet haasten. Ik ben als adviseur betrokken geweest bij de personeelszaken rondom de reorganisatie van Kunstencentrum Velsen - dat deze zomer is opgeheven en nu als ‘Kunstform’ door moet gaan - en daar was die tijd en ruimte er uiteindelijk niet als gevolg van de politieke besluitvorming. Dat maakt het dan extra pijnlijk en lastig om vanuit een toch al moeilijke situatie nog een positieve ontwikkeling op gang te brengen. Dat is verschrikkelijk jammer. Bij ons collectief is dat gelukkig anders gegaan. Voor wat Hart Muziekschool betreft zijn wij in onze omgang gaandeweg een stuk zakelijker geworden en dit wordt heel goed overgenomen door de docenten: we zijn heel transparant over financiën, maken heldere afspraken en stellen kaders. Dat levert hele prettige verhoudingen op, omdat het voor iedereen duidelijk is wat hij of zij kan verwachten en wat er moet gebeuren, allemaal zonder dat emoties meteen hoog oplopen; het maakt iedereen wat meer gelijk en het neutraliseert zaken die de balans van het collectief kunnen verstoren; dát aspect is denk ik wel een belangrijke sterkte die onderscheidend is voor deze organisatievorm. Bovendien moet gezegd worden dat deze positieve ontwikkeling mee gedragen wordt door de directie van Stichting Hart, onze belangrijkste samenwerkingspartner.”

Je hebt het over de wederkerigheid binnen een verenigingsverband. Hart Muziekschool is op zijn beurt nu ook aspirant-lid van de branchevereniging Cultuurconnectie. Wat willen jullie halen en wat komen jullie brengen binnen deze vereniging?
“Ik zou vooral in aanraking willen komen met andere collectieven om kennis uit te wisselen. Ook is het interessant om met kunstencentra die reorganisaties achter de rug hebben óf als instituut samenwerken met collectieven het gesprek aan te gaan over hoe je met elkaar omgaat, welke verdeling van verantwoordelijkheden af te spreken is, maar vooral in beginsel om van elkaar te leren, wat dat ook moge zijn. Ik weet dat er binnen de branchevereniging informele netwerken zijn rondom bepaalde onderwerpen, zoals marketing en P&O, dus ik zou er veel voor voelen wanneer men ook zou kunnen aansluiten op een informeel kennisnetwerk dat over ons type organisatie gaat en alle uitdagingen die daarbij horen. Ik houd mij in ieder geval aanbevolen om bij zo’n netwerk aan te sluiten en met geïnteresseerden of gelijkgestemden in contact te komen. Ik vind het in ieder geval heel positief dat de branchevereniging open staat, wat niet alleen blijkt uit het aspirant-lidmaatschap, maar ook door het aangaan van het gesprek, zoals dit interview. Dat gesprek en contact hebben wij ook graag met andere leden van Cultuurconnectie. Wij willen bijvoorbeeld ook meedenken hoe wij als vereniging zonder een traditionele werkgeversrol toch kunnen participeren in het kwaliteitszorgsysteem van Cultuurconnectie, ondanks of misschien wel juist vanwege het ontbreken van dat werkgeverschap, want hóe kun je aan kwaliteitszorg doen in een organisatievorm die zo democratisch is als de onze? Hoe breng je daar met z’n allen lijn in? Zo’n lijn willen wij graag ontwikkelen mét andere collectieven en mét inspraak van alle leden van Cultuurconnectie. Wij houden ons ook bezig met kwaliteit en dan is ons perspectief ook een kans om dit onderwerp van een nieuwe kant te belichten. In algemene zin is het voor ons niet altijd duidelijk waar wij ons bevinden ten opzichte van andere initiatieven in het veld: zijn wij in Haarlem een heel groot wiel opnieuw aan het uitvinden? Of zijn wij misschien toch veel innovatiever bezig dan wij ons realiseren? Sommige thema’s ontdek je pas wanneer je met elkaar in gesprek gaat en dat belang overstijgt de verschillen die er tussen traditionele werkgevers en werknemers bestaan en precies dát hebben wij binnen Hart Muziekschool zeer sterk ervaren.”

Links

Voor meer informatie:
meer