Protocol Sector Cultuureducatie en -participatie

Branchespecifieke aanvullende richtlijnen op het Protocol Sector Cultuureducatie en -participatie

In preambule 5 van het Protocol Sector Cultuureducatie en -participatie, staat dat voor specifieke maatregelen wordt verwezen naar de branchegewijze voorlichting, waar betrokken partijen nadere invulling aan voornoemd protocol geven. Via deze pagina kunt u deze branchspecifieke aanvullingen op het protocol raadplegen.

Werkingssfeer

Bij de branchespecifieke uitwerking van deze aanvullende richtlijnen wordt rekening gehouden met organisaties, medewerkers, deelnemers/ cursisten, ouders van (minderjarige) deelnemers/cursisten, als ook het verschil in groepslessen (groot en klein) en individuele lessen. Verder is gekeken naar soorten cultuureducatie: muziekles, theaterles, dansles et cetera en naar samen musiceren in koren en orkesten. Deze branchespecifieke aanvullende richtlijnen worden beschikbaar gemaakt via de website van Stichting Overleg Arbeidsvoorwaarden Kunsteducatie (OAK) en brancheorganisatie Cultuurconnectie, alsmede doorgelinkt vanuit de websites van onder andere KNMO, LKCA en Koornetwerk Nederland.

Werkgroep

De werkgroep is samengesteld uit een afvaardiging van Cultuurconnectie-leden en afgevaardigden van de Kunstenbond, AVV, ArboNed, KNMO, LKCA en Koornetwerk Nederland. Diverse partijen binnen de ‘Werkgroep branchespecifieke aanvulling op het protocol’ hebben de specifieke aanvullingen uitgewerkt, die hebben geresulteerd in de voorliggende aanvullende richtlijnen (zie onderdelen I t/m IV).

Werk in uitvoering

De tekst van deze branchespecifieke aanvullende richtlijnen is dynamisch: de verplichtingen en aanwijzingen die het bevat, kunnen en zullen worden aangepast, wanneer nieuwe of gewijzigde richtlijnen van het RIVM, besluiten van de overheid, voortschrijdende inzichten over de risico’s van benoemde doelgroepen en alle in verband daarmee te nemen maatregelen, dit noodzakelijk maken. Gezond verstand en menselijke maat liggen ten grondslag aan zowel het protocol als onderliggende aanvullende richtlijnen. Via een separate pagina houdt Cultuurconnectie eenieder op de hoogte van 'veelgestelde vragen' en de antwoorden die daarop worden geformuleerd. Wij adviseren deze pagina vooral regelmatig te raadplegen of uw vraag wellicht al gesteld is en of de voor u relevante vragen zijn bijgewerkt met nieuwe informatie.

Preambule

  1. Deze richtlijnen gelden voor alle brancheactiviteiten.
  2. De veiligheid van medewerkers, docenten, deelnemers en cursisten staat te allen tijde voorop.
  3. Focus van deze aanvullende richtlijnen is hygiëne- en veiligheidsmaatregelen.
  4. Uitgangspunt is dat de aanvulling helder en hanteerbaar is voor alle organisaties, medewerkers en deelnemers en cursisten.
  5. Voor specifieke maatregelen wordt verwezen naar de branchegewijze voorlichting.
  6. Richtlijnen van het RIVM zijn leidend. Organisaties, medewerkers en deelnemers en cursisten houden zich aan de RIVM-richtlijnen.
  7. Brancheorganisaties, belangenorganisaties en overheid communiceren over de afspraken.

Basisuitgangspunten

  • Volg de algemene richtlijnen van de Rijksoverheid.
  • Stel je voortdurend op de hoogte van nieuwe aanwijzingen en mededelingen van de Rijksoverheid en andere bevoegde instanties, en volg die op.
  • Informeer je over de richtlijnen die voor de cultuursector in den brede gelden via de branchespecieke informatie op de microsite van Cultuurconnectie.

Ten geleide

De door de werkgroep geformuleerde richtlijnen zijn adviezen en vertegenwoordigen derhalve geen bindende afspraken. Zoals aangegeven zijn de richtlijnen dynamisch en zullen telkenmale aangepast worden zodra daar aanleiding toe is. Elke richtlijn is opgesteld door een subwerkgroep en onafhankelijk van elkaar te gebruiken. Een dubbeling in tekst tussen de diverse richtlijnen is daardoor onvermijdelijk. Een van de onderwerpen die nader onderzoek vereist is de afstand bij zang en blaasinstrumenten. In de branchespecifieke aanvullende richtlijnen op het Protocol verantwoord naar een les/cursus/training (sector cultuureducatie en -participatie) wordt door de werkgroep vooralsnog uitgegaan van de navolgende indicatie: 3 - 4 meter, oftewel 12 - 16 m2. Benadrukt wordt dat dit door geen enkel wetenschappelijk onderzoek onvoorwaardelijk wordt onderschreven en derhalve ook niet bindend is, maar slechts een indicatie.

Indeling

De branchespecifieke aanvullende richtlijnen zijn in deze notitie ingedeeld conform indeling en uitwerking van de subwerkgroepen in de ‘Werkgroep branchespecifieke aanvulling op het protocol’, te weten:

  1. Algemeen
  2. 1-op-1 lessen (tot en met 3 personen maximaal, inclusief docent)
  3. Groepslessen (groepen groter dan 3 personen)
  4. Samenzang/-spel

I. Algemeen

Vertrekpunten richtlijn algemeen

De ‘Werkgroep branchespecifieke aanvulling op het protocol’ adviseert conform onderstaand, zoals door betreffende subwerkgroep is uitgewerkt.

Vertrekpunten voor deze richtlijn:

  • Gezond verstand en menselijke maat liggen ten grondslag aan deze richtlijn.
  • Maatregelen worden op hoofdlijnen geduid. Details worden zoveel mogelijk overgelaten aan de praktijk.
  • Branchespecifieke maatregelen uit het protocol worden afgezet tegen de huidige maatregelen.
  • De richtlijn is eenvoudig, veilig en werkbaar.

De ‘Werkgroep branchespecifieke aanvulling op het protocol’ heeft aangegeven het Protocol Sector Cultuureducatie en -Participatie, zowel voor individuele als groepslessen te onderschrijven. Conform ‘Protocol (onderdeel VII) opstart basisonderwijs’ wordt geadviseerd navolgende punten daarbij in acht te nemen.

Ontvangst en vertrek: brengen en halen van deelnemers/cursisten/leerlingen

 Opties:

  • Hebben leslokalen eigen buitendeuren? Benut deze dan voor brengen en halen.
  • Heeft de locatie meerdere ingangen? Maak dan helder per in- en uitgang welke leerlingen die in- en/of uitgang gaan gebruiken.
  • Heeft de locatie maar één ingang? Faseer dan de toegang. Dit kan met een bel, maar dit kan ook met vastgestelde tijdstippen.
  • Er worden vaste plekken aangewezen voor ontvangst en afscheid nemen.
  • Medewerker(s) staat buiten om halen en brengen in goede banen te leiden.

Jassen en kapstokken

 Opties:

  • Deelnemers/cursisten hangen eigen jas aan achterkant stoel.
  • Deelnemers/cursisten maken gebruik van kapstokken die in meerdere lokalen beschikbaar zijn en vermijden de centrale vestiaire.

Gebruik van de personeelskamer

Opties:

  • Indien de personeelskamer het toelaat, kunnen docenten/medewerkers met ten minste twee stoelen tussen elke docent/ medewerker de personeelskamer gebruiken.
  • Lunchen in eigen lokaal, na lestijd direct naar huis.
  • Lunch met één andere docent in een lokaal met inachtneming van ten minste 1,5 meter afstand.

Roostering en planning

De werkgroep benadrukt om vooral ruimte te zoeken bij het inroosteren van de lessen, deelnemers/cursisten zoveel mogelijk gespreid op de locatie aan te laten komen en vooraf met deelnemers/cursisten te overleggen indien sprake is van mogelijke corona-gerelateerde ziekteverschijnselen. Dit alles om ongewenste samenkomst van meerdere personen te vermijden. Een en ander conform het protocol, bepalingen voor organisaties (punten n. o. en p.).

Aansprakelijkheid

Hoewel er in deze teksten en richtlijnen geen nadere invulling wordt gegeven aan juridische aansprakelijkheden en verantwoordelijkheden als opgenomen in het protocol, dient daar wel over te worden nagedacht binnen de organisatie. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen de volgende actoren: eigenaar/verhuurder, organisator, werkgever, docent (zelfstandig of in loondienst), leerling (te splitsen in meerderjarig/minderjarig), vereniging en individuele deelnemer. Elk van deze actoren draagt een deel van de verantwoordelijkheid voor een goed functionerende gang van zaken. De werkgroep wijst daarmee tegelijkertijd ook naar de verzekeringstechnische kant hiervan (zie onder andere het corona-dossier verzekeringskwesties van Concordia de Keizer).

Communicatie

In alle situaties staat een transparante en goede communicatie vanuit de organiserende partij (zowel organisatie als individuele docent) centraal. Het is van essentieel belang om verwachtingen over en weer helder te communiceren met alle betrokken partijen, waaronder medewerkers, docenten, cursisten/deelnemers en ouders/begeleiders van minderjarige cursisten/deelnemers. Belangrijk hierbij is hoe om te gaan met het afzeggen van de les vanwege ziekteverschijnselen door de cursist/deelnemer, het annuleren van de les op locatie vanwege ziekteverschijnselen bij de docent of vanwege een andere oorzaak. Ook is het belangrijk om afspraken te maken over verplaatsing van de les (in tijd of in locatie), vervanging van de les (in tijd of via een digitale wijze) of vergoeding van de les (in financiële of andere zin). Een en ander vanzelfsprekend met inachtneming van de algemene leveringsvoorwaarden van de organiserende partij en het geldende consumentenrecht.

II. Richtlijn 1-op-1 lessen

Vertrekpunten richtlijn 1-op-1-lessen

De ‘Werkgroep branchespecifieke aanvulling op het protocol’ adviseert conform onderstaand, zoals door betreffende subwerkgroep is uitgewerkt.

Vertrekpunten voor deze richtlijn:

  • Gezond verstand en menselijke maat liggen ten grondslag aan deze richtlijn.
  • Maatregelen worden op hoofdlijnen geduid. Details worden zoveel mogelijk overgelaten aan de praktijk.
  • Branchespecifieke maatregelen uit het protocol worden afgezet tegen de huidige maatregelen.
  • De richtlijn is eenvoudig, veilig en werkbaar.

Definitie 1-op-1-lessen
1-op-1-lessen zijn alle kunstvaklessen die door een docent tegelijkertijd worden gegeven aan 1 of maximaal 2 individuele cursisten/deelnemers/leerlingen en die in de vrije tijd worden aangeboden (dit gaat niet over de lessen in het regulier onderwijs).

Aanvulling op algemene regels

De werkgroep benadrukt nogmaals de algemene maatregelen van het RIVM, conform opgenomen in het protocol en voegt daar het volgende aan toe:

  • Triage/screening: het informeren naar de gezondheidssituatie van de leerling wordt door de docent gedaan. De dag voorafgaand aan de les heeft de docent contact met de leerling, respectievelijk diens ouders/verzorgers, om navraag te doen conform protocol;
  • Leerlingen, die vanwege medische of leeftijdsredenen in een risicogroep vallen, krijgen wanneer mogelijk online les;
  • Leerlingen die verschijnselen vertonen van mogelijke besmetting met het coronavirus (verkouden, hoesten, snotteren, koorts of hoofdpijn), komen niet in levenden lijve naar de les en krijgen wanneer mogelijk online les;
  • Bij twijfel over de eigen gezondheid geeft de docent, waar mogelijk, de les online;
  • Advies is om duidelijk te communiceren met leerlingen en/of ouders/begeleiders hoe de docent en/of de organisatie omgaat met het wel of geen fysieke les kunnen of mogen volgen en de daaruit voortvloeiende rechten en plichten. Dit om discussie aan de deur van het leslokaal te voorkomen;
  • Ventilatie: er is op dit moment nog onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor de te nemen maatregelen, maar er wordt momenteel versneld onderzoek gedaan naar de wisselwerking van deze factoren met de verspreiding van het virus. Echter, het advies is wanneer mogelijk voor een goede ventilatie te zorgen, door gebruik van aanwezige ramen, door lucht toe te voegen in ruimtes zonder ramen, luchtvochtigheid op peil te houden en de lucht regelmatig te verversen.
    N.B. Gebruik géén airconditioning omdat dit de lucht in de ruimte alleen rond pompt en niet zorgt voor ventilatie.

Specifieke adviezen

De werkgroep adviseert voor 1-op-1 lessen (tot en met 3 personen maximaal, inclusief docent) het volgende:

  • De individuele (instrumentale) les is in beginsel live in het leslokaal, tenzij leerling en docent kiezen voor online;
  • Zowel docent als cursist desinfecteren de handen bij aanvang van de les;
  • De lessen vinden zoveel mogelijk volgens het vastgestelde rooster plaats, in levenden lijve of online;
  • De docent doet zelf de deur open en dicht om de leerlingen in en uit het lokaal te laten. Leerlingen wachten buiten het lokaal op een afgesproken, eventueel op de grond gemarkeerde, plek;
  • Leerlingen nemen hun eigen instrument mee, behalve als het gaat om slagwerk, piano, elektronische toetsen, harp, contrabas.
  • De instrumenten staan minimaal 1,5 meter van elkaar verwijderd.
  • Voor zang- en blaasinstrumentlessen wordt bij voorkeur voorzien in doorzichtige afscheidingen tussen docent en cursist en cursisten onderling. Houd in ieder geval ruim afstand (indicatie: 3 - 4 meter, oftewel 12 - 16 m2) en breng een afscheidingsmogelijkheid aan, wanneer deze afstand niet te realiseren is.
  • Blaasinstrumenten dienen vóór de les en na de les thuis schoongemaakt te worden. Ook condenswater moet dus van tevoren thuis verwijderd worden.
  • Het aanraken van instrumenten en onderdelen van instrumenten (e.g. rieten, mondstukken) door de docent gebeurt met wegwerphandschoenen;
  • Condenswater uit (koper)blaasinstrumenten dat in het lokaal terecht komt, wordt door de leerling zelf opgenomen, die daartoe een eigen schone handdoek meeneemt naar de les. Daarna veegt de docent het oppervlak na met een desinfecterend doekje;
  • Elke les begint met het desinfecteren van het instrument: snaren, haakjes, toetsen en andere vlakken die je aanraakt. Dat kost enkele ogenblikken/minuten en dit gaat ten koste van de lestijd (tenzij er afgesproken wordt extra tijd tussen de lessen in te ruimen);
  • Een desinfecterende spray en poetsdoeken moeten in de lesruimte aanwezig zijn;
  • Docenten gebruiken bij voorkeur goed te reinigen instrumenten, bijvoorbeeld met nylonsnaren;
  • Alleen bij zeer jonge leerlingen, tot en met 6 jaar, komt er maximaal 1 ouder/begeleider mee (zonder andere gezinsleden);
  • De docent is verantwoordelijk voor de gang van zaken in het leslokaal en de organisatie van de situatie buiten het lokaal, met betrekking tot zijn/haar les.

Tegelijkertijd houdt de werkgroep de vinger aan de pols betreffende de navolgende ontwikkelingen:

Wetenschappelijke onderzoeken naar blazers en aerosolen (lange termijn)

  • Prof. Dr. Ir. Bert Blocken, TU Eindhoven
  • TU Delft op verzoek van de Ned. Vereniging van (symfonie)Orkesten (NVvO)

III. Richtlijn groepslessen (vanaf 3 deelnemers)

Vertrekpunten richtlijn groepslessen

De ‘Werkgroep branchespecifieke aanvulling op het protocol’ adviseert conform onderstaand, zoals door betreffende subwerkgroep is uitgewerkt

Vertrekpunten voor deze richtlijn:

  • Gezond verstand en menselijke maat liggen ten grondslag aan deze richtlijn.
  • Maatregelen worden op hoofdlijnen geduid. Details worden zoveel mogelijk overgelaten aan de praktijk.
  • Branchespecifieke maatregelen uit het protocol worden afgezet tegen de huidige maatregelen.
  • De richtlijn is eenvoudig, veilig en werkbaar.
  • In deze richtlijn staan de adviezen van de werkgroep waar groepen zich aan dienen te houden. Deze worden van kracht vanaf de datum dat het door bevoegde instanties weer is vrijgegeven om samen te komen voor groepsactiviteiten.


Definitie groepslessen
Groepslessen zijn alle kunstvaklessen die door een docent worden gegeven aan groepen van drie leerlingen of meer en die in de vrije tijd worden aangeboden (dit gaat niet over de lessen in het regulier onderwijs).

De les-/cursusruimte voor les in groepen

  • Het maximumaantal cursisten (behalve zingen en blazen) dat in een groep deel kan nemen, is afhankelijk van het deel vrije vloeroppervlak in de ruimte. Bijvoorbeeld: er passen maximaal 11 cursisten/leerlingen in een lege ruimte van 5x6 meter.
    Berekenmethode: meet van de lesruimte de hoeveelheid vrij vloeroppervlak. Dan de ruimte verdelen in vlakken van 1,5 bij 1,5 meter. Staan er kasten of tafels in, dan moet de ruimte die deze objecten innemen worden afgetrokken van het vloeroppervlak van het lokaal.
  • • Voor groepen zangers en blazers geldt het advies om voorlopig nog niet samen te repeteren (zie verder protocol onder IV). Door experts is nog geen eenduidig antwoord gegeven op de vraag of samen musiceren (zingen of blazen) risico’s van besmetting meebrengt. Onder andere de Technische Universiteiten van Delft en Eindhoven doen daar momenteel onderzoek naar. Volgens een eerste bericht is een onderlinge afstand van 1,5 meter voor zangers of blazers onvoldoende om besmetting via druppels en aerosolen te voorkomen. Vermoedelijk zullen de besmettingsrisico’s bij buiten musiceren minder zijn dan bij binnen, maar ook daarover is nog geen duidelijkheid. We adviseren daarom voorlopig nog niet in groepen samen te musiceren (met blaasinstrument en zang). We volgen de ontwikkelingen op de voet en zullen actualisaties melden. Informatie over het onderzoek is te vinden op www.virmus.nl
  • • Zorg voor een goede ventilatie, door gebruik van aanwezige ramen, door lucht toe te voegen in ruimtes zonder ramen, door de luchtvochtigheid op peil te houden en de lucht regelmatig te verversen. Gebruik géén airconditioning omdat dit de lucht in de ruimte alleen rondpompt en niet zorgt voor ventilatie. Er is op dit moment nog onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor de te nemen maatregelen. Er wordt momenteel versneld onderzoek gedaan naar de wisselwerking van deze factoren met de verspreiding van het virus.

Item laatst gewijzigd: 20-05-2020

Leeftijdsafhankelijke maatregelen groepslessen: algemeen

  • Deurbeleid: (bijvoorbeeld) docent informeert/checkt vooraf of er klachten zijn (verkouden, niezen, koorts, hoofdpijn). Wanneer cursist/docent deze klacht(en) heeft, dan kan de cursus (voor die cursist) niet door gaan.
  • Vooraf en achteraf het lokaal en gereedschappen/instrumenten desinfecteren. De schoonmaakmiddelen hiervoor zijn in de lesruimte aanwezig.
  • De cursist/leerling gaat voorafgaand aan de les thuis naar het toilet.
  • Cursist/leerling komt alleen in les/cursus. Ouders/verzorgers/partners et cetera wachten buiten het gebouw.
  • Er is een vaste plek voor iedereen in de lesruimte. Dit wordt zo mogelijk met duidelijke markeringen aangegeven.
  • Alternatief: in halve groepen werken, om de week online en offline les/cursus afwisselen.
  • Wijs cursisten/leerlingen en eventuele begeleiders (ook) op de eigen verantwoordelijkheid voor hygiëne.

Leeftijdsafhankelijke maatregelen groepslessen: leerlingen tot 12 jaar

  • Ouders/verzorgers wordt gevraagd hun kinderen vooraf naar het toilet te laten gaan.
  • De docent doet zelf de deur open en dicht om de leerlingen in en uit het lokaal te laten. Leerlingen (en hun eventuele begeleider) wachten buiten het lokaal op een afgesproken - eventueel op de grond gemarkeerde - plek.
  • Spreek duidelijk door met de groepen hoe de ruimte gebruikt gaat worden.
  • Aangeven welke ruimte voor de docent nodig is. Afbakenen met bijvoorbeeld tape.

Leeftijdsafhankelijke maatregelen groepslessen: leerlingen van 12 tot 18 jaar

  • Maak duidelijke afspraken met de groep over hoe er toch kan worden gespeeld/gedanst/gewerkt.
  • Neem voldoende ruimte. Onvoldoende is nog bekend over hoe dicht je bij elkaar mag komen, maar volg in ieder geval de algemene richtlijn zoals die voor het voortgezet onderwijs geldt, namelijk tenminste 1,5 meter afstand.

Leeftijdsafhankelijke maatregelen groepslessen: volwassenen

  • Vanwege de grotere risico’s binnen hogere leeftijdscategorieën, is het advies meer maatregelen te nemen naar mate de leeftijd van de cursist(en) hoger is: meer ruimte nemen, ventileren, luchtvochtigheid, enzovoorts.

Specifieke kenmerken groepslessen per discipline: Beeldende kunsten

  • Tafels en werkbanken zo plaatsen dat de docent met voldoende afstand langs de cursisten kan lopen.
  • Looproutes vaststellen om vergissingen te voorkomen.
  • Oplettendheid en aandacht is nodig voor het gebruik van materialen. Denk hierbij aan:
    • Geen gemeenschappelijk gebruik van materialen en gereedschap.
    • Gereedschap en materialen vooraf klaarzetten voor elke cursist.
    • Desinfecteren gereedschap voor en na de les.
    • Werkstukken na afloop mee naar huis of na afloop van de les verzamelen door docent.

Specifieke kenmerken groepslessen per discipline: Dans

  • Afhankelijk van welke dansvorm wordt gedoceerd en hoe intensief deze wordt uitgevoerd, zal meer oppervlakte nodig zijn per leerling.
  • Idem afbakening van de ruimte voor de docent.
  • Overweeg om dansen ‘in de onderste laag’ (vloerwerk) voorlopig te vermijden, in verband met contactbesmetting via de vloer.
  • Indien mogelijk, is het advies voor dansgroepen om in een grote, goed te ventileren ruimte te werken. Bijvoorbeeld op het toneel van een theater- of concertzaal.
  • Omkleden: doe dit bijvoorbeeld thuis al of in de studio, in plaats van in de kleedkamer.
  • Indien mogelijk buiten repeteren.

Item laatst gewijzigd: 20-05-2020

Specifieke kenmerken groepslessen per discipline: Muziek

  • Als er weer in groepen samengekomen mag worden, kunnen cursussen, bijeenkomsten en workshops (m.u.v. zang en blaasinstrumenten) weer opgestart worden met in achtneming van de RIVM maatregelen.
  • Overweeg het plaatsen van doorzichtige afscheidingen tussen docent en cursist en tussen cursisten onderling en zorg voor een goed geventileerde ruimte.
  • Instrumenten en meubilair tussen lessen desinfecteren, condenswater opvangen (cursisten nemen zelf handdoek mee en vangen condens op, docent desinfecteert daarna) en opruimen.
  • Bij alle groepslessen - uitgezonderd zingen en blazen - is het voldoende om de voorgeschreven algemene maatregelen aan te houden.
  • Over het in groepen kunnen musiceren met blaasinstrumenten en zang is nog veel onduidelijkheid. Het advies is voorlopig dit nog niet te doen. Door experts is nog geen eenduidig antwoord gegeven op de vraag of samen musiceren (zingen of blazen) risico’s van besmetting meebrengt. Onder andere de Technische Universiteiten van Delft en Eindhoven doen daar momenteel onderzoek naar. Informatie over het onderzoek is te vinden op www.virmus.nl.
  • Indien mogelijk buiten repeteren.

Item laatst gewijzigd: 20-05-2020

Specifieke kenmerken groepslessen per discipline: Theater/Musical

  • Van roepen en zingen is op dit moment nog onvoldoende duidelijk of dit in een binnenruimte met groepen van meer dan 3 deelnemers op een veilige manier mogelijk is. Het advies is om dit voorlopig niet te doen. Door experts is nog geen eenduidig antwoord gegeven op de vraag of roepen en zingen risico’s van besmetting meebrengt. Onder andere de Technische Universiteiten van Delft en Eindhoven doen daar momenteel onderzoek naar. Informatie over het onderzoek is te vinden op www.virmus.nl.
  • Zonder zingen en roepen, kan er – indien mogelijk – met groepen (musical, theater) in een grote, goed te ventileren ruimte worden gewerkt. Bijvoorbeeld op het toneel van een theater- of concertzaal.
  • Gebruik van kostuums/rekwisieten proberen te vermijden of in persoonlijke bewaring geven bij de cursist die er gebruik van maakt.
  • Indien mogelijk buiten repeteren.

Item laatst gewijzigd: 20-05-2020

IV. Richtlijn samenzang/-spel

ATTENTIE: advies om (als zangers of blazers) voorlopig nog niet samen te musiceren

Door experts is nog geen eenduidig antwoord gegeven op de vraag of samen musiceren (zingen of blazen) risico’s van besmetting meebrengt. Onder andere de Technische Universiteiten van Delft en Eindhoven doen daar momenteel onderzoek naar. Volgens een eerste bericht is een onderlinge afstand van 1,5 meter voor zangers of blazers niet toereikend om besmetting via druppels en aerosolen te voorkomen. Vermoedelijk zullen de besmettingsrisico’s bij buiten musiceren minder zijn dan bij binnen, maar ook daarover is nog geen duidelijkheid.

Koornetwerk Nederland en KNMO adviseren daarom voorlopig nog niet samen te musiceren. Beide organisaties volgen de ontwikkelingen op de voet en zullen actualisaties melden op hun websites. Informatie over het onderzoek is te vinden op www.virmus.nl.

In de tussentijd kan elk koor of blaasorkest zich wel voorbereiden op toekomstige openstelling. Daarvoor zijn onderstaande richtlijnen samengesteld. Zij zijn van toepassing zodra onze samenspeelsector weer verantwoord open kan.

Gebruik van de repetitieruimte

  • De richtlijnen in het protocol van de verhuurder voor het gebruik van een repetitieruimte zijn leidend. Stel in het geval een organisatie een eigen gebouw of ruimte beheert zelf richtlijnen op, in overeenstemming met richtlijnen voor beheer van (culturele) gebouwen.
  • Maak, in afstemming daarmee, een plan voor het gebruik van de ruimte, looproutes bij binnen komen en verlaten van de locatie, stallen van fietsen, gebruik van toiletten en andere logistieke zaken.
  • Voldoe aan de minimumgrootte van de ruimte in relatie tot het aantal zangers of orkestleden.
  • Bouw de groepsgrootte -indien noodzakelijk- gefaseerd op, in afstemming met de voorwaarden van de Rijksoverheid.
  • Verdeel de ruimte in zones of markeer individuele plaatsen met een sticker op de vloer, maak daarvan een plattegrond en gebruik deze als logistiek routeplan.
  • Lucht de ruimte regelmatig (ventilatoren aan, ramen/deuren open) vóór en na een repetitie, niet tijdens de repetitie. Gebruik géén airconditioning omdat dit de lucht in de ruimte rond pompt en niet zorgt voor ventilatie. 
  • Arriveer kort voordat de repetitie begint, houd geen gemeenschappelijke pauze, neem eigen drinken mee, ga na afloop van een repetitie direct naar huis.
  • Maak afspraken dat alleen actieve leden aanwezig zijn. Eventueel halen en brengen gebeurt buiten het gebouw.

Hygiëne repetitieruimte

  • Volg de hygiëneaanwijzingen en andere gebruiksvoorwaarden die voor de ruimte gelden.
  • Maak een rooster met taakverdeling voor het gereedmaken en schoon achterlaten van de ruimte. Doe dit dus niet spontaan of collectief!
  • Neem zelf schoonmaakmiddelen mee, waaronder desinfecterende gel, of stem dit af met de verhuurder.
  • Desinfecteer voor en na gebruik de materialen (lessenaars, stoelen, muziekinstrumenten, geluidsapparatuur et cetera).
  • Beperk het gebruik van muziekinstrumenten, geluidsversterkingsapparatuur en dergelijke tot de direct betrokkenen.
  • Deel onderling geen materialen, ook geen bladmuziek, neem je eigen materialen mee naar huis of zet op elk gebruikt object de naam van de gebruiker.
  • Gebruik beschermende materialen waardoor besmetting zich niet door de ruimte kan verspreiden (plastic afscheidingen, folie, etc.). Dit geldt ook voor de dirigent.
    N.B. Dit aspect is nog in onderzoek o.a. door TU’s Delft en Eindhoven.

Coördinatie en organisatie

  • Zorg als koor/orkest zelf voor een veilige gang van zaken, vanaf het vertrek uit huis van leden, tot hun thuiskomst.
  • Zorg dat alle koor-/orkestleden en andere betrokkenen op de hoogte zijn van deze richtlijnen. Stuur deze toe, geef deze telefonisch door en vermeld ze in de ledenomgeving van de eigen website.
  • Wijs een persoon aan die toeziet op naleving van alle voorwaarden, en aanspreekpunt is voor de gebouweigenaar, de overheid, koor-/orkestleden, en andere betrokkenen.
  • Stuur 24 uur én kort vóór een repetitie een e-mailbericht naar de leden met in acht te nemen richtlijnen bij het samen komen. Herinner er daarbij aan dat iemand die mogelijke corona-gerelateerde ziekteverschijnselen heeft niet naar de repetitie kan komen. Hetzelfde geldt als een medebewoner dergelijke klachten heeft.
  • Ontwerp een maatgericht instroomtraject voor personen met een hoger risico, in het bijzonder ouderen, diabetici en personen met hartproblemen of overgewicht.

Concerten

  • Volg de aanwijzingen van de Rijksoverheid over wanneer openbare uitvoeringen weer mogelijk zijn en onder welke condities.
  • Werk met de verhuurder van de concertruimte samen in het voldoen aan de daar geldende richtlijnen voor ruimtegebruik, aantal beschikbare plaatsen voor toeschouwers, afspraken rond hygiëne-maatregelen et cetera.

Overige overwegingen

  • Denk creatief na over alternatieven, zoals:
    - repeteren in deelgroepen (stemgroepen, orkestgroepen);
    - digitaal repeteren, of een combinatie van fysiek en digitaal;
    - buiten repeteren/concerteren in plaats van binnen;
    - tijdelijk een kleiner koor/orkest, of afzonderlijke deelkoren/ensembles;
    - streaming van een concert in plaats van live-uitvoering;
    - concertante uitvoering in plaats van theatrale uitvoering.
  • Gebruik het gezonde verstand, handel maatgericht.
  • Onderzoek de mogelijkheid van een grotere repetitieruimte. Bijvoorbeeld: kerkgebouwen, sportaccommodaties, gemeentelijke gebouwen, leegstaande theaters et cetera. Vraag daarbij eventueel hulp van de lokale overheid en andere lokale instanties/ondersteuners.
  • Probeer als koor/orkest samen - dus ook in afstemming met betrokken professionals - door de corona-crisis te komen.